Om te voorkomen dat ik een kind kwijt raak:

  • Kinderen krijgen herkenbare kleding aan. Zoals t-shirts of hesjes met mij logo erop.
  • Buttons of naamkaartjes op de kleding. Met of zonder telefoonnummer en de naam van het kind.
  • Ik maak duidelijke afspraken met de kinderen waar ze heen moeten als ze mij kwijt zijn of niet meer kunnen vinden. Ik spreek bekende plekken af en ga daar dan ook naar toe.
  • Ik laat kinderen eventueel aan de buggy vasthouden als het te druk wordt.
  • Ik ga met meerdere mensen (als dit mogelijk is). Ik spreek met collega’s af. Twee zien er meer dan één.
  • Ik laat ze eventueel contact opnemen met het personeel wat er werkt, zodat ze mij kunnen bellen.
  • Ik maak een foto met de kleren die de kinderen die dag aan hebben. Zo kan ik gauw een signalement geven aan de mensen die er werken.

Mocht er toch een kind zoek raken:

  • Ik blijf zelf vooral rustig. We hebben er niets aan als ik in paniek raakt. Dat doen de overige kinderen dan ook. Met de kans dat die ook weg lopen.
  • Ik laat het personeel zien hoe kindje eruitziet. ik geef daarna de naam en leeftijd door van het kind. Zo kunnen zij ook gericht zoeken en een signalement afgeven aan collega’s.
  • Ik laat één persoon (indien mogelijk) op de plek blijven waar we het kind het laatst gezien hebt. Ik laat de ander gaan zoeken (indien mogelijk). Met of zonder iemand van het personeel.
  • Ik ga eerst kijken op plaatsen waar we al zijn geweest. De kans dat ze daar heen lopen is groot.
  • Als het kind weer terug komt/is, word ik niet boos op het kind. Hij/zij is al erg genoeg geschrokken. Ik geef het opnieuw de veiligheid die het dan nog extra nodig heeft.

 

Wat te doen als we weer thuis zijn:

  • Ik licht de ouders in, geef aan wat ik heb gedaan, dat het nu weer rustig is en het kind weer terug is.
  • Ik geef aan dat het kind wel meer angst kan hebben, als de ouders of ikzelf uit de buurt zijn. Ik zeg dit ook dat als het kind ‘s nacht ineens gaan huilen, dat dit er mee te maken kan hebben. Het hoeft niet gelijk deze nacht te zijn, maar kan ook later gebeuren.
  • Ik licht het gastouderbureau ook in en vertel hen wat ik gedaan heb. Zij zijn ook graag op de hoogte.
  • Ik blijf vooral het kindje en de anderen een veilig gevoel geven en ik zal ook zeggen dat ik behoorlijk geschrokken ben.